10 Mei 2017 - opgetogen vliegen we naar Maasbracht, waar de Linssen 45.9 mooi gepoetst op haar nieuwe eigenaar ligt te wachten met een welkomstdrankje. Een jarenlang gekoes­terde droom van Udo wordt werkelijkheid: we gaan naar de Zweedse scherenkust.

Maar eerst moet er natuurlijk ingeruimd en opgeruimd worden - het is ongelofelijk wat we allemaal in de voorgangster (een 40.9) hebben verzameld. Daarna moet er natuurlijk ingeslagen worden, variërend van vast voedsel tot 150 flessen Oostenrijkse wijn: een mens wil niet droogstaan in het hoge noorden, nietwaar? Maar na drie dagen staat dan toch alles op zijn plaats, zijn de systemen getest, en heeft de 45.9 een succesvolle proefvaart achter de rug. Na een fantastisch diner in restaurant Da Vinci als beloning kunnen we op 13 mei eindelijk de trossen losgooien.

De eerste stop is in ‘t Leuken, waar we genieten van een prachtig avondlicht. Daarna varen we door naar Nijmegen, waar het geluk ons toelacht in de vorm van een centrale en perfecte ligplaats, die ook nog eens gratis is vanwege een verbouwing. Een mooie stad, waar net die dag een gezellige foodmarkt wordt gehouden. Na een flinke portie spareribs genieten we nog van een heerlijke scropino (een citroen-wodka-sorbet), waarna een zonnige dag met strakblauwe lucht wordt afgesloten met een prachtige avond.
Het weer blijft ons bijzonder goed gezind, het Wesel-Datteln-kanaal toont zich van zijn vriendelijkste kant en de dag eindigt vóór de Hünxe-sluis op een vriendelijke, groene ligplaats, waarbij onze enige zorg is dat de generator een oliewaarschuwing geeft en ermee ophoudt. We slaan dus aan het bellen en we maken voor de volgende dag in Münster een afspraak met een monteur.
De volgende sluizen passeren we fluitend, en kunnen dan een sluisloos traject tegemoet zien voor het stuk door het Dortmund-Ems-kanaal. De reparatie van onze generator (er is een condensator doorgebrand!) zorgt ervoor dat we een hele dag in Münster doorbrengen. De stadshaven wordt omringd door cafés vol met vrolijke mensen. De stad zelf is zeer aantrekkelijk en er is veel te zien. Helemaal ‘legaal’ liggen we hier niet, maar de aardige heren van de waterpolitie zien snel in dat wij door ons technische probleem niet weg kunnen varen, al zouden we willen, en uiteindelijk verlaten we de haven zelfs met een veiligheidsvignet van de politie.

De volgende twee dagen gaat de reis vlot, het regent vaak en via Hannover varen we snel naar Wolfsburg. En wordt het werkelijk inspannend. Hoewel we al om half acht ‘s morgens vertrekken van onze ligplaats voor de Elbebrug, moeten we bij de Hohenwarth-sluis (18,5 m verval!) tamelijk lang wachten, en we willen vandaag nog helemaal naar Potsdam! Het wordt al donker en het is echt een uitdaging om onze weg te vinden naar de jachthaven “Am Tiefen See”, maar om half elf ‘s avonds leggen we ‘Rooms-Katholiek’ (Oostenrijks voor aanleggen van de boeg vóór de achtersteven) aan bij een aanlegplaats achter een brug. Op 23 mei ontmoeten we een vriend uit Berlijn, die een kundige en enthousiaste gids blijkt te zijn door de parken van het slot Sanssouci. Het is zonnig en tamelijk warm en de stemming is opperbest, mede dankzij het feit dat de dag wordt afgesloten met een heerlijk etentje in een uitstekend Italiaans restaurant.

We varen die dag tot de scheepslift van Niederfinow, waarna we de volgende dag verder gaan - zeer onder de indruk van de techniek van dit enorme bouwwerk. De eerste dag varen we 50 mijl naar Gartz, en de volgende dag nog eens 43 mijl naar Schwinemünde, waar het eigenlijke avontuur begint. We willen nog een lekker lange wandeling maken, maar een stortbui zorgt ervoor dat de zin in wandelen ons enigszins vergaat en we stranden bij een havencafé, waar we een stevige, maar goede maaltijd voorgeschoteld krijgen. We gaan op tijd naar bed, want de volgende ochtend gooien we vroeg de trossen los: we hebben een route van 76 mijl voor de boeg. Doel: Bornholm. De Windfinder-website en alle andere weersvoorspellingen hebben we uit den treuren bekeken, maar we moeten toch nog hard nadenken om op basis van de meter per seconde een waarde te krijgen waar we iets aan hebben. Maar na enig overleg komen we er toch uit. Ja, we gaan!
Om 4.45 ‘s morgens gooien we los: rustig water, opgaande zon - genieten. Een klein stukje kunnen we de zon nog zien terwijl zij opgaat, maar dan is het ook afgelopen met de aangename overtocht: zware bewolking, fris, watertemperatuur 14,5 graden, slecht zicht en zeer onaangename golfslag precies van opzij.

Niet iedere maag is opgewassen tegen deze omstandigheden en we moeten helaas vaststellen dat we nog wel wat te leren hebben over het pakken van het schip voor een zeereis: we dachten dat alles goed vastgezet was, maar in het schip heerst een zekere mate van chaos. Ook de mooie stoel die naast de stuurstoel staat, glijdt samen met de erop zittende Hilde ondanks een welhaast gordiaanse knopenwirwar gewoon door de ruimte. (Dit is intussen verholpen: we zijn nu de trotse eigenaar van een tweede stuurstoel, waardoor de schippersvrouw niet alleen stevig zit, maar ook wat kan zien zonder op te staan). De koers is perfect, zelfs als de ‘Auto-Joschi’ (de automatische GPS-besturing) zich tamelijk onconventioneel gedraagt en nu en dan een snelle draai van 360 graden inleidt, iets wat bij deze golven een zeer onaangename manoeuvre is. Scheepvaartroutes worden prima gekruist, en alles lijkt er na 11 uur varen op te wijzen Bornholm nog maar 2 mijl van ons vandaan is, maar alles wat we zien: geen Bornholm. We beginnen al ernstig te twijfelen, maar daar doemt de hemel zij dank de kust voor ons op – we botsen er bijna tegenop. Ook de zeer fraaie jachthaven Norrekas is snel gevonden, waar we zelfs een paar Vikingen het water in zien lopen (niet zwemmen), dat intussen toch al 13 graden is. Onze gasten koken een heerlijke goulash-maaltijd en we vallen vroeg en doodmoe in bed. Na alle inspanning hebben we wel een rustdag verdiend: we maken een prachtig uitstapje met de bus naar de kasteelruïne Hammershus, waar we zeer standvastig de pittige storm trotseren. We kijken met veel plezier naar een aantal Deense kinderen die een soort ridderspel spelen, waarna we nog een wonderschoon wandelingetje maken naar Allinge, waar we heerlijk eten.

Die ene rustdag werden er drie: de voorspelling is te slecht. Rønne is een betoverend stadje en in de beschutte straatjes kun je uit de wind toch lekker genieten van de zon, en dat doen we dan ook uitgebreid.

Zweden. Het Beloofde Land

Op 2 juni is het weer dan eindelijk goed genoeg om door te varen, en dus maken we ons op voor de tocht naar het Beloofde Land: Zweden. Vandaag hebben we 30 mijl voor de boeg naar Simringshamn, waar ik mijn eerste Zweedse vissoep eet: heerlijk! Natuurlijk willen we snel verder. Ons doel is Karlskrona, maar opnieuw steekt de wind op, waardoor de golven onaangenaam hoog zijn. We korten onze route daarom in en koersen af op het eiland Hanö. Ook hier hebben we weer een goede ligplaats, maar het lijkt wel november in plaats van juni: het is guur, koud, het regent en het is loodgrijs. Maar Lutz heeft zich voorgenomen om te gaan barbecueën, dus gaat hij barbecueën – een tamelijk kille bedoening. Nou ja, per slot van rekening is het geen kunst om in de zomer te barbecueën!

En weer moeten we een pauzedag vanwege het weer inlassen, maar dan gaan we dan ook eindelijk daadwerkelijk op weg naar de beloofde scherenkust, waar wij de goden op onze blote knietjes danken dat we ook elektronische vaarkaarten hebben: het navigeren is echt lastig. Maar de scherenkust is werkelijk adembenemend, en vandaag hebben we eens geluk met het weer: het is zonnig bij ongeveer windkracht 4. ‘s Middags varen we de jachthaven Ekenäs van Ronneby binnen en vinden een prachtig, pittoresk plaatsje. Naast ons liggen een paar Zweedse motorjachten waar men de nationale Zweedse feestdag viert, en de lucht van de barbecueworstjes die ons van die jachten tegemoet komt, doet ons het water in de mond lopen. Zozeer zelfs dat Tanja voor het eerst de bijboot gebruikt en met de fiets boodschappen gaat doen, terwijl Udo en ik de omgeving lopend verkennen. Het resultaat: barbecueworstjes met rozemarijnaardappeltjes en salade.

De volgende dag vertrekken we opgewekt richting Karlskrona, maar dan ontdekken we dat de stuurboordmotor geen koelwater krijgt. Wat een opluchting dat we twee motoren hebben – de bakboordmotor blijkt ons ook moeiteloos in zijn eentje naar onze bestemming te brengen. Voordat we een monteur bellen, testen we de motor nog een keer en tot onze grote vreugde doet alles het weer gewoon: kennelijk zijn tijdens het varen de waterplanten die de aanzuiging verstopt hadden, los geraakt. En de impeller heeft het overleefd!
Lutz en Tanja moeten op 9 juni weer vertrekken: de plicht roept. We brengen twee mooie dagen door in Karlskrona. Vooral het bezoek aan het scheepvaartmuseum en het werkelijk verrukkelijke eten in het havenrestaurant ‘Fish and Vinj’ zullen we niet snel vergeten.

En dan zijn we weer alleen. We gaan op weg naar Öland: eerst hebben we nog een wonderschone, opwindende en tamelijk pittige route door de scheren voor de boeg, dus dat betekent uiterst goed opletten!
Vervolgens steken we over naar Öland en leggen aan in Grönhögen, een uiterst pittoresk haventje. Prachtig is het hier, zij het wat frisjes! Het is tijd voor wat licht onderhoud van de Elfin Cove. En ook ligt er een hele stapel was te wachten. Maar we zijn niet alleen met praktische zaken bezig: we maken ook een mooie fietstocht door het prachtige vogel- en natuurgebied Ottenby: ongerepte natuur, wonderschoon. Maar ook nu speelt de (tegen)wind ons tijdens het fietsen flink parten.

We varen verder naar Borgholm, ook nu weer bij een stevige wind. Dit keer hebben we ook op onze ligplaats last van de wind: we liggen flink te schommelen. Eigenlijk zou het hier in Borgholm, de streek in Zweden met de meeste zonuren, waar ook de Zweedse koninklijke familie een zomerverblijf heeft (het slot Solliden), moeten bruisen van het leven. Maar het tegendeel is waar. Het is volkomen uitgestorven, de meeste horecagelegenheden zijn gesloten (hoewel het sinds gisteren schoolvakantie is, dus in theorie hoogseizoen), en het eten dat we krijgen in een restaurant dat wél open is, is ronduit slecht. De wandeling door het natuurgebied naar het slot en de ruïne Borgholm maakt dan weer veel goed. Langzamerhand beleven we ook steeds meer de ‘witte nachten’: het wordt bijna helemaal niet echt donker meer. Bij de luiken van onze achterkajuit sluiten we niet alleen de gordijnen, maar we bedekken ze ook met karton, anders kunnen we niet slapen omdat het zo licht is.
Op 14 juni gebeurt er ‘s morgens iets zeer ongebruikelijks: een strakblauwe lucht, en je zou bijna geloven dat het hier ook zomer kan zijn. We maken de kap boven het achterschip open – heerlijk! De hele route naar Oskarshamn blijft het weer nog zeer vriendelijk, maar bij het tanken en aanleggen barst er weer een geweldige bui los. We zijn echt in Scandinavië.
En we gaan verder op weg naar het noorden. 42 mijl bij over het algemeen vriendelijk weer met zuidenwind en slechts windkracht 3 (ja echt). Maar al snel wordt het fris en gaat het weer regenen. Vóór Loftahammar gaan we voor het eerst voor anker en is het prachtig. We blijven één dag, trekken ons niets aan van de regen, drinken Prosecco, eten lekker en zijn gewoon lui.

Daarna willen we naar de St. Anna-archipel, waarvan de Zweden zelf ons hebben gezegd dat die echt heel mooi is. ‘s Morgens is het mistig, maar al snel komt de zon door, en de archipel is werkelijk schitterend, alsof hij zo uit de brochure is weggelopen. Er te navigeren is echter een echte uitdaging, maar al met al is het precies zoals we hadden gehoopt. Fyrudden, dat we eigenlijk op het oog hadden, blijkt helemaal niet geschikt voor onze grote, mooie Elfin Cove, dus varen we verder en gaan we uiteindelijk voor anker in een echt prachtige baai, in het Lusholm-Linders-ford. Beeldschoon!
Het is hier zo prachtig dat we er eigenlijk langer willen blijven, maar het weer, oh dat weer. De wind trekt nog steeds aan, en dus gaan we op zoek naar een jachthaven. We hebben ons oorspronkelijke reisplan veranderd: we gaan niet op weg naar Stockholm, maar we zijn ook niet van plan om maar om te keren en dezelfde route terug te varen. We besluiten om via het Götakanaal dwars door Zweden te steken richting Göteborg en dan terug te varen. En dus zetten we koers naar Mem, bij de monding van het kanaal. Op onze route vinden we geen goede aanlegplaats, we hebben windkracht 6 met windvlagen tot wel 37 knopen, dus besluiten we rechtstreeks door te varen naar Mem.
En daar gebeurt een klein wonder: plotseling wordt het weer rustig, zelfs zacht en zonnig. En we liggen in een betoverend mooie omgeving. We kunnen zelfs nog een heerlijk lange avond buiten zitten.

Het Zweedse Bouwwerk van de Eeuw

De formaliteiten zijn snel geregeld: we krijgen onze ‘pickerl’ (een sticker), waarmee we niet alleen voor de doorgang door het kanaal hebben betaald, maar tevens voor het gebruik van alle sluizen en jacht­havens.
Het Götakanaal (190 km lang) heeft samen met het Trollhättekanaal een gezamenlijke lengte van 390 km, met 58 sluizen, 50 bruggen, 2 trogbruggen en 5 meren, en een hoogteverschil van 91,5 m. Het is een zeer indrukwekkend kunstwerk - niet voor niets het Zweedse Bouwwerk van de Eeuw. Van 1810 t/m 1832 hebben hier 58.000 mensen gewerkt om met de hand, schoppen en spades een traject van bijna 90 km uit te graven.
We krijgen informatiemateriaal over het traject, worden geïnstrueerd over de juiste sluizen, down­loaden de Götakanaal-app, kopen nog een lange lijn, en dan varen we het kanaal op, direct via de eerste sluis. Bij de tocht door het romantische kanaal is het de bedoeling dat je even op adem komt en relaxt, en dus leggen we al na een ‘respectabele’ dagetappe van 2,3 mijl aan op een droomplek, in Söderköping. Het is warm, het stadje is betoverend, een lange, lege steiger, een tapasbar ernaast, daar worden we blij van. We beklimmen de lokale berg, maken een wandeling door het stadje, winkelen wat en blijven uiteindelijk hangen in een leuk restaurantje, waar we weer buiten kunnen zitten, en eten vissoep.
‘s Morgens vroeg gaan we weer op weg en 6 uur, 12 sluizen, 3 ontmoetingen met andere boten en diverse bruggen later (het openen van de bruggen gaat trouwens overal verbazingwekkend soepeltjes) komen we aan in Norsholm, bij het Roxen-meer.
Norsholm biedt eigenlijk niks: het is winderig en koud. Dus koken we wat lekkers en kijken uit naar de volgende dag: dan gaan we eerst het Roxen-meer oversteken.
Het landschap is gewoonweg prachtig: totale eenzaamheid, wel veel wind. En dan gaan we de sluistrap Carl Johan (hoogteverschil 38,8 m) in tot jachthaven Berg. We zijn volledig alleen. Als we ernaar vragen blijkt dat er die dag nog slechts één andere boot door de sluis is gevaren. De grote jachthaven Berg biedt ruimte voor 40 schepen, maar er zijn er maar zeven.
De route van de volgende dag naar Borensberg is weer typisch voor het kanaal: het regent, tamelijk veel sluizen, 8 bruggen, en we varen door een rustig, groen landschap met paarden, schapen, koeien en af en toe een huis. Genieten.

En al de volgende dag wacht ons na de oversteek van het meer Boren de volgende sluistrap, waar we in rap tempo, zeg maar gerust razendsnel, gesluisd worden. Vandaag is het midzomernacht, een van de belangrijkste feestdagen in Zweden. Dus verheugen we ons (voor de afwisseling) op een beetje leven en misschien zelfs wat vrolijkheid. De aardige studente bij de sluis adviseert ons Motala: daar zou een mooi feest worden gehouden. Terwijl we nog op het kanaal varen, komen we langs een weide waar inderdaad de nodige drukte en een feeststemming heersen. De ligplaats in Motala blijkt echter eerder geschikt voor ‘speelgoedbootjes’, maar uiteindelijk liggen we dan toch enigszins goed vastgelegd en kunnen we ons verheugen op de avond. Dus op naar downtown Motala. Daar is het uitgestorven, doods. Geen café, geen restaurant open, geen mens te zien. Maar we hebben op de weg hiernaar toe toch dat leuke feest gezien, dus besluiten we gewoon daarheen te lopen. We hebben de afstand echter enigszins onderschat: het is echt nog een heel eind! En dan wacht ons een grote teleurstelling: alles is al voorbij: er is niemand meer, het laatste kraampje verkoopt ons net voordat die ook wordt afgebroken een garnalensandwich. De weg terug is lang. Het begint aanvankelijk te miezeren, wat echter al snel ontaardt in een gestage regenbui. We maken het ons maar gemakkelijk op het schip: wat zijn we nu blij met onze vloerverwarming! We troosten ons met een paar afleveringen van Downton Abbey. Happy Midsummer!

Om half acht worden we de volgende ochtend gewekt door een (ongepland) alarm van mijn mobiel, maar eigenlijk is dat wel goed. Voor de komende twee dagen is een windkracht 5 à 7 voorspeld, onze ligplaats is niet heel luxe en we liggen ook niet echt lekker vast. Bovendien hebben we de oversteek van Vättern voor de boeg: het op een na grootste meer van Zweden. Hier kan het aardig spoken, eigenlijk vergelijkbaar met open zee. Dus breken we hals over kop op en trotseren we wind en golven. De wind staat natuurlijk in een hoek van circa 90 graden en heeft zo’n 100 km wateroppervlak om een mooie golf op te bouwen. Nu heeft elk nadeel zijn voordeel: we zijn intussen meesters in het vastzetten van onze spullen: er vliegt helemaal niets meer in het rond. We komen enigszins door elkaar gehusseld aan in het fraaie dorpje Forsvik. Op een of andere manier lijkt hier van alle kanten de tijd te hebben stilgestaan. Ik was 28 jaar geleden al hier en heb toen de tocht met de Juno gemaakt, het oudste kanaalschip (dat we overigens drie keer tegenkomen), en eigenlijk is er in die tijd praktisch niets veranderd: veel foto’s die ik toen heb genomen kan ik naadloos naast die van nu leggen. ‘s Avonds gaan we al even kijken bij de tamelijk beruchte 3,5 m sluis met oneffen sluiswanden. Hier moeten we morgen doorheen, wat we overigens met tamelijk veel bravoure doen. We varen dan het Vikenmeer op, het hoogste punt van het Göta-kanaal: 91,8 m. Onze ligplaats in Hajstorp is prachtig en heel rustig: er is naast ons nog maar één ander schip. En er is goed sanitair, een wasmachine, keuken, en allemaal even schoon. We lassen een poets-, was- en boodschappendag in (het laatste op de fiets) en een lekker luie eet- en televisieavond.
Grand Final van Downton Abbey!

De volgende dag, 27 juni, is onze laatste dag op het Götakanaal, en dit laat zich vandaag van haar mooiste kant zien: stralend weer, een pittoresk landschap.... en heel veel sluizen!
Vóór de laatste sluis van het Göta-kanaal, in Sjötorp aan het meer Vänern, overnachten we. Maar eerst gaan we lekker lunchen met een glas witte wijn en maken we een wandeling door de stad en langs het water. En omdat we ‘s middags zo lekker hebben gegeten, besluiten we ‘avonds terug te gaan naar hetzelfde restaurant. We genieten van een heerlijke snoekbaars met asperges en aardappelen.
We varen verder: langs de oever van Vänern richting zuiden naar Mariestad, waar we weer een gast aan boord krijgen.
Mariestad heeft een mooie kathedraal, waar precies in die periode de fascinerende tentoonstelling “Ikonen in transformatie” wordt georganiseerd. Ook hier een mooi oud centrum en veel winkels en restaurants. In een daarvan, aan de oever van het meer, mogen we genieten van een concert van trekharmonica’s. En het eten is er ook heerlijk.

Vänernsee

Op 1 juli hebben we dan de oversteek van het grootste meer van Zweden voor de boeg: Vänern. We hebben een absoluut perfecte dag voor de oversteek. In het begin staat er nog flink wat wind, wat bij onze gast een lichte vorm van zeeziekte veroorzaakt in de vorm van slaapzucht, maar al gauw wordt het een stralende dag, met een lichte bries, we openen de kap, drinken een paar glaasjes Prosecco en genieten van iedere minuut van de 53 mijl die we die dag varen. In Vänersborg leggen we aan, heel fraai aan de rand van een lieflijk stadje, maar enige vorm van uitgaansleven schijnt ten enenmale te ontbreken in Zweden: bij ons avondwandelingetje na het avondeten is er bijna geen kip op straat.

Trollhätte-kanaal

Om 7.00 uur worden we de volgende dag wakker want we willen naar Lilla Edet, en er liggen nog diverse bruggen en een pittige sluistrap van het Trollhätte-kanaal voor de boeg. Er staat echter nog steeds een stevige wind en we moeten eerst zien uit te vinden hoe we zonder schade uit de nauwe ligplaats komen. We schuiven de afvaart nog even voor ons uit, doen nog wat boodschappen, overleggen nog een keer, en besluiten uiteindelijk om 12.00 uur: we gaan. Stress alom! Maar we krijgen het voor elkaar en zeer opgelucht kiezen we het ruime sop. De sluizen zijn groot en niet makkelijk, maar alles gaat goed.
We hebben goede verhalen gehoord over onze bestemming Lilla Edet, maar het valt bijzonder tegen: het is klein, we kunnen er nauwelijks in, en er zijn geen geschikte plaatsen, dus varen we verder naar de volgende kade, leggen aan, koken en hebben het fijn. En nu hebben we nog maar één etappe voor de boeg voor we in Göteborg zijn. De haven Lilla Bommen ligt middenin de prachtige, levendige stad vóór het moderne, indrukwekkende operahuis. De aanlegsteiger die is gereserveerd voor jachten van onze grootte, is echter op verschillende plaatsen kapot of zelfs helemaal weg, maar in overleg met de buren weten we ons er tussen te wringen en liggen zo goed en zo kwaad als het kan vast. Het is een weldaad eindelijk weer in een bruisende stad te zijn met allemaal leuke restaurants, cafés, winkels en zowaar met mensen op straat. We genieten die middag en avond dan ook met volle teugen.

--------------------------------------------------

Het tweede deel van de reis, via Marstrand, Helsingör, Kopenhagen, Barther Bodden, Stralsund, Wolgast, Stettin, Berlijn, Wolfsburg en weer terug naar de thuishaven is een verhaal op zich. In ieder geval eindigt de reis na 2021 zeemijlen in Maasbracht. Het was een fantastische reis, zelfs als we later van een Zweed horen dat het de koudste Zweedse zomer in 158 jaar was – dus we hadden een beetje pech, zeg maar. Maar er resten ons overwegend mooie herinneringen, met fantastische indrukken en absoluut een gevoel van weemoed dat deze reis voorbij is.