De rivier de Theems in het Verenigd Koninkrijk is zonder meer een van de meest tot de verbeelding sprekende rivieren in Europa. Het predikaat ‘koninklijk’ lijkt me zelfs aangewezen voor deze 346 kilometer lange waterweg. Om haar te mogen bevaren aan boord van een Linssen Grand Sturdy 34.9 AC leek mij dan ook een bijzonder voorrecht. Toen Peter, Cornel, Paul en mij uitnodigde om vanuit de Linssen Boating Holidays-basis ‘Hobbs of Henley’ door de decors van ‘Midsomer Murders’ te gaan varen, in de maand oktober 2013, had ik echter enig voorbehoud. Ik associeer herfst nog altijd met guur regenweer, en de combinatie met Engeland leek mij dus al helemaal een garantie voor een nat pak. Niets bleek echter minder waar.

Op zaterdag 5 oktober 2013 omstreeks 10.00 uur arriveerden we in Henley-on-Thames, thuisbasis van Linssen Boating Holidays-partner Hobbs of Henley. De 140 jaar ervaring die rederij Hobbs of Henley heeft in het ontvangen van gasten bleek al snel. Onze Linssen, de ‘Jacqueline IV’, lag met netjes opgemaakte bedden, en voorzien van alle luxe, afgemeerd op ons te wachten, tussen een aantal schepen waar nautische traditie vanaf straalt. Terwijl de eerste ‘narrow boats’ langs onze aanlegplaats passeren, gaan we met Jonathan Hobbs aan boord van een van hun juweeltjes, de passagiersboot ‘New Orleans’. Het schip lijkt wel rechtstreeks van de Mississippi naar de Theems te zijn gevaren, een ‘stern-wheeler’ met zijn imposante scheprad aan het hek en twee machtige schoorstenen net achter de stuurhut. Het schip vaart dan wel niet op stoom, maar het heeft alleszins de allure van een echte ‘steamer’. Ik miste alleen de vrouwen met hoepeljurken, zonnehoeden en parasols, vergezeld door mannen in maatpak met hoed en dikke sigaar.
We waren nog geen half uur in Henley-on-Thames en ik wist al dat dit een bijzonder avontuur zou worden: vier mannen en een boot, een decor dat de grandeur van Victoriaanse tijden ademt, overgoten met een stevige portie nautische traditie in een regio waar ze Gastvrijheid nog met een hoofdletter schrijven…
Henley-on-Thames is gelegen in het graafschap Oxfordshire. Het stadje heeft iets meer dan 10.000 inwoners en is de thuisbasis van de Leander Club, de oudste roeivereniging ter wereld. Zij organiseren een van de meest prestigieuze roeiwedstrijden ter wereld: de Henley Royal Regatta. Deze regatta duurt vijf dagen, van woensdag tot en met zondag in het eerste weekend van juli. Voor het bijwonen van de regatta, op de terreinen van de Leander Club, worden forse bedragen neergeteld. Het terrein is volledig afgesloten en enkel te betreden door leden van de club en hun gasten, op voorwaarde dat zij verschijnen in de voorgeschreven kledij.
Na ons bezoek aan boord van de New Orleans, en na een heerlijke kop koffie in een koffiehuisje langs de waterkant, schepen we in. Rond de middag gooien we de trossen lossen en vertrekken we stroomafwaarts zonder eigenlijk echt te weten waar we naartoe zullen varen. Veel keuze heb je trouwens niet. De Theems heeft in deze regio geen bevaarbare zijrivieren, het is dus ‘upstream’ of ‘downstream’.

Midsomer Murders

Tot mijn niet geringe verbazing blijkt Peter een aantal plaatsen die we passeren te herkennen, terwijl hij hier nog nooit geweest is. Blijkt al snel dat hij een grote fan is van de detectiveserie ‘Midsomer Murders’ met Inspector Barnaby. De opnames van deze serie hebben allemaal plaatsgevonden in deze schilderachtige omgeving. Je kunt hier zelfs een ‘Midsomer Murders’-tour volgen die je langs de meest markante opnameplaatsen uit de serie voert. Wat veel liefhebbers van de serie namelijk niet weten, is dat Midsomer geen dorp is maar een graafschap met heel veel dorpjes, die allemaal in de wijde regio rond Henley-on-Thames liggen. Een van de afleveringen, ‘Dead in the water’, is voornamelijk gefilmd in Henley-on-Thames.
Na een halfuurtje varen komen we al bij het eerste sluisje: Hambleden Lock. Het is niet onmiddellijk duidelijk of we deze sluis zelf moeten bedienen, of dat de sluiswachter ons zal versassen. Er is namelijk geen sluiswachter te bespeuren. Omdat Engeland een land van tradities is, en omdat het kort na de middag ‘tea time’ is, trekken we al snel de conclusie dat de sluiswachter waarschijnlijk ergens in zijn kopje aan het roeren is, en dat we dus beter zelf het heft in handen kunnen nemen. Nog geen kwartier later zetten we onze tocht voort aan de lage kant van de sluis.
De rivier kronkelt als een slang door het landschap. Een schilderij van weidse weilanden, gevuld met witte plukjes wol op pootjes, oevers met treurwilgen die zichzelf lijken te bekijken in het spiegelgladde water, prachtige villa’s met indrukwekkende boothuizen en typisch Engelse tuinen, waar het lijkt alsof men het gras met een nagelknipper maait en de buxus door een barbier geschoren wordt. We doen in korte tijd zoveel indrukken op dat we er zowaar een beetje sprakeloos van worden. De charme van dit gebied is niet in woorden te vatten.
Na een viertal uren varen, en het passeren van vier charmante sluisjes, komen we aan bij het passantenhaventje van Bourne End. We meren af ter hoogte van het tankstation, evenwijdig met de vaargeul. Bourne End is een stadje met de allure van een dorp, of is het nu omgekeerd? De havenmeester bezorgt ons alleszins een bijzonder hartelijke ontvangst en geeft ons de nodige ‘toeristische tips’: vooral waar je goed kunt eten en drinken in de omgeving lijkt hem van belang. Na het inkopen van de nodige proviand voor ons ‘English breakfast’ begeven we ons naar het lokale Chinese restaurant, waar we genieten van een lekkere nummer 74 op de kaart.
Omstreeks 01.00 schepen we terug in voor de eerste nacht aan boord.
Om 07.30 schiet ik wakker door het geroep van een mannenstem, pal naast de boot. Het klinkt alsof iemand militaire bevelen aan het geven is, en het klinkt behoorlijk ‘dwingend’. Ik haast mij dus aan dek om poolshoogte te nemen. Tot mijn verbazing zie ik niks verdachts, enkel een spiegelgladde Theems die zichzelf hult in dikke slierten nevel. De mist is zo dik dat de overkant van de rivier, die hier slechts een vijftigtal meter vandaan ligt, niet zichtbaar is. Ondertussen staan Paul en Peter ook aan dek de slaap uit hun ogen te wrijven.
Opnieuw horen we stemmen uit de mist, nu zijn het er twee of drie, en ze komen in ras tempo in onze richting. Plots verschijnt, als uit het niets, de boeg van een 8-vrouws skiff op nog geen tien meter van onze Jacqueline IV. Het razendsnelle ding passeert ons rakelings, gevolgd door een klein motorbootje van waaruit de coach met luide stem het tempo aangeeft voor zijn dames aan de riemen.
Dit moet toch gevaarlijk zijn? Met je rug in de vaarrichting, door de dichte mist, met een rotvaart… en ja hoor, nog geen twee minuten later knalt zo’n ding achter onder onze zwemtrap. Gelukkig zonder persoonlijk of materieel letsel.
Moraal van het verhaal: probeer op een zondagmorgen, en zeker als het mistig is, zo ver mogelijk uit de vaargeul op de Theems te blijven, tenminste als je een rustig ontbijt wilt genieten.
Na een uitgebreid ‘English breakfast’ lossen we tegen de middag de landvasten en varen we verder stroomafwaarts. De zon laat zich vandaag van haar beste kant zien, het lijkt wel zomer. Het decor waar we door varen, is in vele opzichten te vergelijken met dat van gisteren. Prachtige villa’s met minutieus onderhouden tuinen, boothuizen die in sommige gevallen alleen van echte huizen te onderscheiden zijn omdat ze met hun voeten in het water staan. De typische ‘narrow boats’, de afwezigheid van beroepsvaart, de extreem vriendelijke en behulpzame sluiswachters, kortom: alles ademt hier vriendelijke gastvrijheid.
In de late namiddag komen we ter hoogte van Windsor, het stadje met zijn beroemde buitenverblijfje van de Engelse koninklijke familie. Hier willen we graag overnachten, maar er is, tot onze verbazing, geen mogelijkheid om aan te leggen. Tegen de linkeroever liggen een paar boten met weinig diepgang aan een weiland vastgeknoopt, maar voor onze Linssen met 1 meter diepgang is er geen mogelijkheid om aan wal te geraken. Gelukkig had Jonathan ons bij afvaren hiervoor al gewaarschuwd en we moesten hem maar even opbellen als er een probleem was. Een halfuurtje later liggen we afgemeerd tegen een prachtige klassieke sleepboot met de klinkende naam ‘Barking’, en dan nog in de schaduw van Windsor Castle, van privileges gesproken.

Ook bijzonder opvallend aan deze plek is het aantal zwanen dat hier rondzwemt. Het zijn er zowaar honderden!! Het lijkt een echte invasie.
Blijkbaar zijn ze allemaal eigendom van ‘the Queen’. Koningin Elizabeth laat iedere derde week van juli de zwanen langs de Theems tellen. Volgens een uit de twaalfde eeuw stammende verordening behoren alle ongemerkte zwanen in open water in Engeland toe aan de vorstin. Daarom wordt jaarlijks een census gehouden om te weten hoeveel er zijn. Zwanen zorgden van oudsher voor een smakelijk feestmaal en de regeling garandeerde dat boeren, burgers en buitenlui met hun handen van de ‘koninklijke vogels’ af zouden blijven.
Zwanen staan tegenwoordig niet meer op het menu, maar om wetenschappelijke redenen wordt op verschillende plaatsen langs de Theems een zwaneninspectie en telling gehouden, de zogenaamde ‘Swan Upping’ door de ‘Queen’s Swan Warden’, de koninklijke zwaanopzichter.
Nogal prominent aanwezig in het decor is Windsor Castle. Het is het grootste nog bewoonde kasteel ter wereld, en dat al ruim 900 jaar. Het kasteel heeft een oppervlakte van 450 are. De meeste vorsten gebruikten het als tweede verblijfsplaats omdat ze de voorkeur gaven aan Buckingham Palace in Londen als hoofdverblijf. De huidige Queen wist blijkbaar niet dat wij in aantocht waren, want ze is niet thuis.

Omstreeks middernacht banen we ons, tussen de slapende zwanen, via de Barking een weg terug aan boord. We zullen vroeg uit de veren moeten want de bemanning van de Barking wil op tijd vertrekken. Ze moeten stroomopwaarts naar een meeting van traditionele schepen. Als we om 09.00 wakker worden, is de bemanning van de Barking al twee uur bezig met het opstoken van de stoomketel. Het hele schip gloeit van de warmte en uit de schoorsteen ontsnappen puffende wolkjes. Over twee uur willen ze uitvaren, we hebben dus nog net tijd voor een ‘English breakfast’ in een taverne aan de voet van het imposante Windsor Castle.
Om 11.00 gooien we de trossen los en wensen we de Barking behouden vaart ‘upstream’. Wij gaan verder stroomafwaarts. Nadat we onder de brug, die Windsor en Eton met elkaar verbindt, zijn doorgevaren, komen we bij Romney Lock. Direct voorbij deze sluis ligt een haventje met passantenplaatsen. Hier hadden we dus ook kunnen overnachten. Het volgende half uur varen we langs de landerijen van Windsor Castle. Zonder meer indrukwekkend. We vragen ons meermaals af wie hier in godsnaam het gras maait, want het domein ligt er even gelikt bij als de rest van de tuinen die we tot hier toe gezien hebben.
Vandaag varen we tot aan Shepperton Marina, een van de laatste havens voordat je aan de ‘Tidal Thames’ begint, in de schaduw van Londen. Shepperton Marina is een ‘full service’-jachthaven met 455 ligplaatsen. Als je ligplaats neemt in deze haven krijg je ook bepaalde privileges in het nabij gelegen Holiday Inn Hotel. Vanaf hier zullen we ook terug stroomopwaarts moeten varen, want onze boottrip eindigt over drie dagen, en we moeten nog helemaal terug naar Henley-on-Thames.
Daags nadien gooien we de trossen al los om 10.00. We willen vandaag een stuk voorbij Windsor varen en een bezoek brengen aan Maidenhead. Alleen al de naam van dit stadje klinkt veelbelovend!
Onderweg maken we een tussenstop voor een lunch in The Swan Hotel in Staines. Het hotel ligt aan de waterkant en heeft een bijzonder leuk terras dat uitkijkt op de Theems.
Na de lunch varen we door tot aan de kaaimuur van het sluisje Boulters Lock, net ten oosten van Maidenhead. Boulters Lock is een van de bekendste sluizen in deze regio. De eerste sluis is hier al gebouwd in 1772. Een roeiwedstrijd die hier eind 18e eeuw plaatsvond, is uitvoerig beschreven in het boek Drie mannen in een boot, om nog maar niets te zeggen van de hond van Jerome K. Jerome. Ons avondmaal genieten we in het restaurant The Boulters, dat gelegen is op de kaaimuur langs de sluis. Het restaurant heeft een zeer goede keuken, getuige de twee ‘bestekjes’ in de Michelin Gids.
’s Morgens brengen we een bezoek aan het stadje met de veelbelovende naam. Dat valt echter behoorlijk tegen. Er is in Maidenhead weinig te zien en wij zijn dan ook snel terug aan boord van de Jacqueline IV.
Vanaf Maidenhead varen we in een tweetal uren tot aan het stadje Marlow. Stroomopwaarts zijn er net voorbij de brug van Marlow een aantal passantenplaatsen. We besluiten dan ook om aan te leggen en het stadje te gaan verkennen. Marlow is wel de moeite om een halte in te lassen. Het is in de regio bekend vanwege zijn microbrouwerij ‘Rebellion Beer Company’. Een brouwerij die in 1993 opgestart is door twee studenten en ondertussen beroemd is in de wijde omgeving van Marlow, omdat hun bieren al meerdere nationale en internationale awards gewonnen hebben. In de talloze ‘English pubs’ van Marlow schenkt men de ‘India Pale Ale’, ‘Smuggler’ en ‘Mutiny’ van the Rebellion Beer Company.
Na onze wandeling door Marlow varen we verder tot aan Harleyford Estate, gelegen aan een schilderachtige zijarm van de Theems. Sedert 1950 is er hier een haven tussen Temple en Hurley Lock. Het landgoed is ingericht als een soort verblijfspark met residentiële woningen, cottages en chalets. Het langgoed ligt op wandelafstand van Marlow. In de Showboat, een restaurant op een oud binnenvaartschip, nuttigen we ons laatste avondmaal van deze boottrip. Na een voortreffelijk diner genieten we onder een stralende sterrenhemel van de laatste restjes van onze wijnvoorraad op het achterdek van de Jacqueline IV. Morgen varen we terug naar de thuishaven en eindigt dit bijzonder leuke avontuur.


Stoomsleper “Barking”

Als liefhebbers van stalen schepen zijn we natuurlijk onder de indruk van de stoomsleper “Barking”. De bemanning van dit schip is echter ook behoorlijk onder de indruk van onze Linssen. Het valt ons direct op dat een man op hoge leeftijd voortdurend met een oliepompje door “The Barking” loopt. Een man van weinig woorden die vooral bezig is met zijn schip. Achteraf zal blijken dat hij geboren is in het bouwjaar van het schip, met name 1928. De romp is helemaal met klinknagels in mekaar gezet. Het schip is nog helemaal in originele staat. Om haar onder stoom te brengen gebruikt men 250 kg kolen per drie uur. Onder de gangboorden van het schip kan men in totaal drie ton kolen herbergen. Bij het verbruik van deze kolen is de balans van het schip erg belangrijk.


Om mij op deze tocht voor te bereiden, las ik het boek Drie mannen in een boot van Jerome K. Jerome, gepubliceerd in 1889. Het boek ademt perfect de sfeer van deze regio, zelfs meer dan 120 jaar na de eerste publicatie. De tijd lijkt hier werkelijk stil te hebben gestaan. In mijn research voor het schrijven van dit artikel kwam ik te weten dat Jerome K. Jerome in 1900 een vervolg publiceerde op zijn ‘Drie mannen in een boot’, namelijk ‘Drie mannen aan de boemel’, waarin de vrienden een tocht ondernemen door Duitsland…

Hoop doet leven.

Voor meer informatie over de regio:
www.hobbsofhenley.com
www.canal-dvds.com

Tekst en foto‘s: Luc Vanthoor

Gepubliceerd in Linssen Magazine nr 44, oktober 2014