In de zomer van 2013 maakten Mike en Sukey Perry met hun 43.9 Grand Sturdy ‘Salamander II’ een vaartocht van Maasbracht naar Lübeck via Berlijn en het Mecklenburgse merengebied.Daar liggen we dan, langszij wachtend voor de dubbele sluis in een splinternieuw Nederlands kanaal: de Veenvaart tussen Erica en Ter Apel. Deze avond – de warmste tot dusver in juni – lijkt het alsof alle bewoners van Erica en Emmen zijn uitgelopen om een kijkje te komen nemen. Ze komen met de fiets, te voet, op skeelers, motoren of quads – en er zitten zelfs twee zwemmers tussen! Na zich te hebben uitgekleed, zijn de twee in het veenachtige water gesprongen en nu zwemmen ze de zonsondergang tegemoet.

 

Wat een belangrijke dag – een nieuw kanaal! Iedereen is trots en blij. De mensen verzamelen zich rond de dubbele sluis en bekijken hoe alles in z’n werk gaat. Ze roepen ‘Hallo’ of ‘Goedenavond’ in het Nederlands, en als ze Engels spreken, voeren we enthousiaste gesprekjes. Het is fantastisch, het is geweldig, het is gewoon prachtig! En ondertussen zorgt een koekoek deze avond voor mooie muzikale omlijsting. Iedereen is verheugd dat dit bouwproject ondanks de crisis is voltooid. Op deze zachte juni-avond zijn alle belastingverhogingen en werkloosheidscijfers even vergeten. Vandaag zien we enkel vrolijke mensen die de vruchten van de Europese subsidies komen bewonderen – een van de voordelen van het EU-lidmaatschap. En iedereen is onder de indruk!

Voordringen op het Dortmund-Ems-kanaal

Varen in konvooi heeft zo zijn voordelen. De sluiswachters zijn doorgaans behulpzamer, maar een nadeel is de langere wachttijd bij sluizen, waardoor het soms vechten is om een plaatsje. Dat gebeurde in elk geval op het stuk tussen Lingen en de laatste sluis voor het Mittelland­kanaal. We vormden een konvooi van zeven jachten in het kielzog van de ‘Luisa Lynn’, een Pools binnenvaartschip.

Eén jacht uit ons konvooi, de Mustang, was al eerder in negatieve zin opgevallen. Het zette zich in volle vaart aan de spits van het konvooi, terwijl wij netjes achter elkaar voeren. Toen de sluis opende, wachtte het dit keer nog netjes op zijn beurt, maar het beloofde weinig goeds. De schipper van de Mustang droeg een zwart onderhemd. Achterovergeleund achter het roer zat hij bruin te bakken. Mevrouw Mustang zat er pontificaal naast en keek niet al te vrolijk. Pas tegen het einde van de dag liepen de gemoederen weer op, en bij de sluis van Rhede kwam het tot een uitbarsting. Hier stuitten we weer op een rood licht dat een langere wachttijd aankondigde. Luisa Lynn ging naar de kant en meerde aan. Het jacht uit Bremen direct voor ons deed hetzelfde, en ook wij zetten koers naar de aanlegplaats… om vervolgens te worden afgesneden door de Mustang, die een wilde inhaalmanoeuvre ondernam.

Lieve help. Het is niet zo fijn om van binnen kokend met elkaar opgescheept te zitten in een volle sluis. Gelukkig kun je altijd nog oogcontact vermijden door je op de touwen en de glibberige sluiswand te concentreren.En zo voeren we met kille lichaamstaal door tot aan de laatste sluis voor het Mittellandkanaal in Bevergern. Vanwege een probleem met de sluisdeuren waren we genoodzaakt om hier te overnachten. Potentieel een pijnlijke situatie dus, maar gelukkig was er voldoende ruimte voor onze zeven jachten om langszij te liggen, en lag de Mustang ver vooraan.

Enfin, na een heerlijke zwempartij en een barbecue langs de waterkant konden we alles gelukkig weer een beetje relativeren. Ons gevoel voor humor kwam weer terug, en we verheugden ons al op het nieuwe kanaal dat ons morgen wachtte.

Het Mittellandkanaal

In juni zijn de oevers van het Mittelandkanaal bezaaid met margrieten en wilde paarse lupine. Het kanaal heeft de reputatie saai te zijn omdat het tot aan Magdeburg in een vrijwel rechte lijn loopt – maar tot dusverre blijkt deze reputatie ongegrond. Het is hier juist prachtig! Zonder door enige sluis te worden gehinderd, passeren we de ene hoge brug na de andere, en tussen de bomen door vangen we telkens een glimp op van uitgestrekte landschappen, met in de verte de rand van het Teutoburger Wald. Er is veel beroepsvaart, vermoedelijk omdat er sprake is van hoogwater op de Elbe.

Dianita – sluis Sülfeld – Mittellandkanaal

De Dianita vervoert metaalschroot. De schipper had ooit gezworen dat hij nooit schroot zou vervoeren, maar het zijn zware tijden. Voorheen voeren alleen heel oude schepen met metaalladingen, omdat het de schepen nogal beschadigt. De Dianita heeft hier dus eerder aan moeten geloven, en nu is zij met haar lading schroot op weg naar Berlijn – althans voor zover het hoogwater op de Elbe dit toelaat. Natuurlijk heeft schroot als lading ook voor­delen, bijvoorbeeld als er oponthoud is langs de route. Metaal bederft niet, dus je hoeft geen generatoren te laten draaien om het koel te houden. Naar verluidt zijn de grote Nederlandse binnenvaartschepen debet aan deze situatie. De Nederlanders bouwen alsmaar grotere en betere schepen, en dat is slecht nieuws voor de Dianita’s van deze wereld.

De Dianita is een familiebedrijf dat wordt gerund door een vader en zijn zoons. De zonen begeleiden hun vader om beurten: ze gaan drie weken op en drie weken af. Vader wordt al een dagje ouder – net als de Dianita. Waarschijnlijk kunnen ze het nog een jaar of drie à vier zo volhouden, en dan is het over en uit.

Dit verhaal werd ons verteld door één van de zonen, die net als wij overnachtte bij de sluis van Sülfeld. Oorspronkelijk kwam hij uit Vlissingen. Wilde hij het bedrijf voortzetten wanneer zijn vader met pensioen gaat? Waarschijnlijk niet, want is gewoon een keiharde branche. Hij sprak Nederlands, Engels, Duits, Pools en Russisch. Hij sprak zoveel talen omdat hij, voordat hij bij zijn vader aan het werk ging, zeeman was geweest en elke haven in Europa had aangedaan. Destijds deelde hij de bevelen uit. Tegenwoordig moet hij de bevelen opvolgen van de sluiswachters langs het Mittellandkanaal. De Dianita vertrok de volgende ochtend al om zes uur. Als we wilden, mochten we in haar kielzog meevaren.

Wolfsburg – Hauptbahnhof

In Wolfsburg vind je een aantal openbare aanlegplaatsen, bijvoorbeeld direct aan de achteringang van het centraal station. Welkom in Wolfsburg – de thuisbasis van alles wat Volkswagen heet.

Terwijl de vier schoorsteenpijpen van de oude auto­fabriek boven ons uittorenen, zien we hoe talloze arbeiders vroeg in de ochtend met de trein arriveren en wandelend langs de kanaaloever afstevenen op weer een dag in de Volkswagen-fabriek. Deze vroege vogels dragen dikke jassen, spijkerbroeken, sportschoenen en volle rugzakken. Pas na een uur of acht verschijnen de heren in pak met koffertjes, en de dames in rokjes en op hoge hakken. En o ja, de iPods verschijnen ook pas na achten. Kortom, voor ons een ideale plek om mensen te bekijken onder het genot van versgebakken broodjes uit de bakkerij op het station.

Wolfsburg – Autostadt

In het bezoekersgedeelte van de Wolfsburgse Autostadt gelden strikte regels. Er lopen mensen rond die ervoor zorgen dat je je aan de regels houdt en je netjes gedraagt. Deze ‘agenten’ van de Autostadt dragen donkere pakken met naambordjes. Ook dragen ze donkere brillen, zelfs op bewolkte dagen. Ze hebben walkietalkies bij zich en patrouilleren over de kanaalbrug met de glazen overkapping. Het is verboden om er te fietsen of om te blijven rondhangen op de rollende trottoirs. Ze rapen afval op en houden al je bewegingen streng in de gaten. Als je een overtreding begaat, stormen ze op je af om je te corrigeren, al gebeurt dit altijd op een beleefde manier. Nee, u kunt niet even uw fiets stallen tegen de keurig geknipte heg buiten het luxe bakkertje.

In het reusachtige glazen atrium barst de Autostadt-wereld meteen goed los – het is één groot spektakel van commerciële glamour. En door de gigantische glazen deuren kijk je een andere wereld binnen: een wereld die ordelijk en netjes is en waar iedereen zich keurig gedraagt. Een zondag in juli op de Großer Wannsee. Alle plezierboten uit Berlijn en omgeving zijn vandaag uitgevaren. Met 36 graden is het ook eigenlijk alleen op het water uit te houden. Op de grote stranden én kleine strandjes, overal is het stervensdruk. Grote boten, kleine bootjes, woonboten, drijvende schuren, waterfietsen, kajaks en kano’s – noem het maar op en je ziet het hier voorbijkomen. Het is een gekkenhuis!

Maar dan, als de schaduwen langer worden en de dag afkoelt, neemt het leven een ander tempo aan – het geluid van ankerkettingen, klapperende zeilen en startende motoren. Tijd om de biezen te pakken en terug te gaan naar de stad.

Tegen zonsondergang is iedereen weg en liggen we helemaal alleen voor anker. Het water ligt er na alle drukte kalm bij, een lome reiger vliegt aan ons jacht voorbij. Tijd dus voor een laatste duik in het zachte, veenachtige water. Daarna een diner met een drankje, en weer tevreden naar bed.

Spandau Ballet

Wist u dat de Britse popgroep haar naam van The Gentry in Spandau Ballet veranderde, nadat begin jaren 80 een vriend deze woorden op de muur in het toilet van een Berlijnse nachtclub had zien staan? Naar verluidt verwijst de naam naar de beruchte Spandau-gevangenis en de ophangingen die daar plaatsvonden. Hangend aan de galg kregen de ter dood veroordeelden stuip­trekkingen, waardoor het leek alsof ze ‘dansten’. Gezien deze associaties zou je denken dat Spandau een PR-probleem heeft – maar wij vonden het een heerlijke plek. Het is wat toegankelijker dan Berlijn, en de gevangenis is inmiddels gesloopt.

Vanaf Rathaus Spandau ben je met de trein in no time in het centrum van Berlijn. Je kunt ook je fiets meenemen in de trein, het liefst buiten de spits. En als je ervoor kiest om terug te fietsen, is het een tocht van precies 12,4 km vanaf de Reichstag naar Spandau. Althans, volgens de bordjes. De fietsroute loopt door de wijken Tiergarten en Charlottenburg, vervolgens enigszins glooiend tussen DDR-flats door naar een buitenwijk met villa’s verscholen achter lindebomen, en ten slotte heuvelaf richting Spandau.

Hoewel het om slechts 12,4 km gaat, voelt het veel langer omdat je steeds moet stoppen bij talloze verkeerslichten en netjes moet wachten, ook al komt er niets aan. De fietsers zijn hier al net zo braaf als de voetgangers. De fiets is het vervoersmiddel bij uitstek om Berlijn te ontdekken. Ook kun je op een toeristenbus met een open dak stappen, waarin je heel comfortabel informatie krijgt voorgeschoteld over de gebouwen om je heen, die – zo lijkt het – allemaal door dezelfde Karl Friedrich Schinkel zijn ontworpen.

Hoogseizoen op de Havel-Wasserstraße – 1 augustus 2013

De eerste boten konden nog net de sluis in. Wij waren echter niet vroeg genoeg opgestaan, en uiteindelijk besteedden we in totaal € 17,36 aan lekkere hapjes langs de kanaaloever om de tijd door te komen. Eerst moesten we bij Strasen een lange tijd wachten. Daar kochten we twee zakken tomaten, één zak met gewone tomaten en eentje met ‘Partytomaten’. “Hij bedoelt cherrytomaatjes”, legde een vriendelijke medeschipper aan ons uit. Ook kochten we een komkommer.

Toen wij eindelijk aan de beurt waren om de sluis binnen te varen, brak de hel los. Totale chaos heerste er in Strasen. Een kano sloeg om, een klein bootje botste op een grotere boot, overal kajaks en kano’s die hun weg zochten in de sluis en elk vrij plekje opvulden, terwijl de sluiswachter luidkeels zijn frustratie uitte.

Die dag moesten we nog een aantal keer wachten. In Canow kochten we twee gerookte forellen en wat broodjes bij de lokale visboer, die rinkelend met zijn bel de rij wachtende boten afging. Zelfs de eenden wisten te profiteren van alle drukte.

Müritz-Elde-Wasserstraße

De sluis bij Barkow schut heel langzaam, maar is prachtig als je er als enige in ligt. Bij ons lag de sluis vol met distelpluizen, en boven het water fladderden witte vlinders om elkaar heen in de zon. Alle vakantiedrukte op de Mecklenburgse meren hadden we eindelijk achter ons gelaten, en nu konden we in alle rust onze weg vervolgen over deze smalle waterweg van slechts twee meter diep.

Voorbij de diepe sluis bij Bobzin wordt het zelfs nog smaller en ondieper en staan de oevers vol met riet. Vandaag zijn er weinig boten op het water. Misschien komt dit door de geringe breedte en diepte van het kanaal, of doordat het vandaag wisseldag is voor alle charterjachten en
iedereen nu vaarinstructies krijgt. Of komt het doordat het gewoon niet zo’n interessant kanaal is, behalve als je van waterlelies houdt of – zoals wij – een specifieke bestemming hebt? Is het u trouwens ook wel eens opgevallen dat in een smal kanaal de boeggolf van uw jacht het riet en de waterlelies op en neer laat bewegen? Daardoor lijkt het wel alsof ze de voorbijganger met een eervolle buiging begroeten.

Op het stuk tussen Malliß en Neu Kaliß is er welkome afleiding: we doen een spannend spel met een zeearend. Wij naderen hem, hij vliegt verder; wij volgen hem, hij vliegt weer verder. En zo gaat het door totdat hij het opgeeft. Op dit stuk zijn we trouwens ook door paardenvliegen gebeten.

Hoogtepunten – Müritz

Voor anker liggen en zwemmen in het fluwelen water: bij zonsopgang, zonsondergang en op alle momenten daartussen. Vanaf het zwemplatform een duik nemen in het warme veenachtige water. Met een perfect gekoelde Chablis in de hand de zonsondergang bewonderen, terwijl alles roze kleurt.

Dat zijn momenten waarop de Linssen-droom werkelijkheid wordt.

 With a Linssen motor yacht from Maasbracht to Berlin


Herinneringen ophalen – Lübbecke

Wanneer een man na 40 jaar op dezelfde plek terugkeert, doet dat iets bijzonders met hem. Kijk eens hoe hij met zijn fiets de steile, bosrijke heuvel beklimt, langs de kerk, en verder, met al zijn zintuigen gericht op het verleden. Aan zijn rechterhand verschijnt opeens de bekende Tennisplatz. Ja, vlakbij de eetzaal lagen de tennisbanen, en je moest inderdaad hier ergens omhoog langs een steile helling in het bos...

De man loopt sneller en vergeet even dat hij al 71 lange jaren achter zich heeft. Hij is een man met een missie. We slaan nog eens rechtsaf, nemen de eerste links, en daar ligt het: de Church House HQ 2 Div Mess, rustig en netjes onderhouden. Aan beide zijden van de ingang herinneren plakkaten eraan dat de British Army of the Rhine hier 25 jaar lang (1958-1983) gestationeerd is geweest. Tegenwoordig is het een religieus conferentiecentrum.
“Dat is nu verdwenen, maar kijk hier eens om de hoek, daarboven ja, dat was mijn kamer.”
Een klein raampje kijkt uit over de donkere bossen.
“Nogal ongelukkig was ik toen. Ik voelde me alleen en miste thuis. Ik moest iets om handen hebben, dus maakte ik met een kleine cirkelzaag allerhande objecten, zoals dozen voor mijn gereedschap.”
“Niemand zei daar iets van?”
“Nee, volgens mij niet. En kijk hierachter eens, dat zijn de garages. Hier stalde Simon Lowman van de 4/7th Dragoons zijn Ferrari, maar het brandstofrantsoen was zo klein dat hij er nooit mee kon rijden. Hij heeft er vooral veel aan gesleuteld.”
“En zagen de tuinen er toen ook zo uit?”
“Geen idee, dat kan ik me niet meer herinneren.”
En zo werd het weer tijd om terug te fietsen door de zon, op ons gemak heuvelaf dit keer. Langs de steile helling waar meer dan 40 jaar geleden de trekhaak van zijn rammelende Saab afbrak, juist toen de uitgediende soldaat naar Engeland wilde terugkeren.
“In de tijd dat je hier zat, ben je toen ooit naar het kanaal gewandeld?”
“Nee, nooit.”


 

Tekst en foto‘s: Mike en Sukey Perry