Het gebied dat aan de noordkant wordt begrensd door de Oostzee, in het oosten door de rivier de Oder, in het westen door de rivier de Elbe, in het zuidwesten door de benedenloop van de Havel en in het zuidoosten door het Spree-Oder-kanaal, is waarschijnlijk één van de grootste watersportgebieden in Europa. Ruim 2700 km onderling met elkaar verbonden meren, rivieren en kanalen vormen samen een ongelofelijk fijnmazig netwerk van bevaarbare waterwegen, variërend van nauwe vaarten tot weidse meren. Het gebied ligt voor het grootste deel in de deelstaten Berlijn, Brandenburg en Mecklenburg-Vorpommern, een regio met een enorme betekenis voor de geschiedenis van Duitsland. Of het nu gaat om de Hanzesteden, de landjonkers in Vorpommern, de Pruisenkoningen, de invloed van Nederlandse prinsessen of om gewone ambachtslieden, dit gedeelte van Duitsland kent een zeer rijke geschiedenis. Overal vind je Russische en Franse invloeden terug, en ook sporen van Wenen zijn hier te vinden. Al met al heeft dit gezorgd voor een regio die een ongeëvenaarde veelzijdigheid en variatie laat zien op het gebied van kunst en geschiedenis.

Het gebied kent grote steden als Berlijn en Hamburg, maar ook kleinere steden als Lübeck, Rostock, Szczecin, Oranienburg, Potsdam, Brandenburg en Magdeburg. De kunstliefhebber, en dan vooral degene die van afwisseling houdt, komt hier ruimschoots aan zijn trekken.
Nemen we bijvoorbeeld Potsdam, een stad waar de Nederlandse invloed en de invloed van de Russische kolonie tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn. Iemand met een interesse in geschiedenis hoeft maar de sporen van Humboldt te volgen of maakt net als ‘der Alte Fritz’ een wandelingetje door het Sansscouci-park. Zelfs de meeste recente geschiedenis is hier terug te vinden.

Ook wie geïnteresseerd is in Duitse literatuur kan hier zijn hart ophalen: Theodor Fontane maar ook Kurt Tucholsky komen uit deze streek. Maar dit is niet de enige vorm van kunst die hier een grote rol speelt.
Er zijn natuurlijk musea, kunstgalerijen en grote tentoonstellingen, maar ook kleinere kunstateliers. Je kunt bijvoorbeeld een goudsmid of een snaar- en strijkinstrumentenbouwer in de citadel in Spandau aan het werk zien. Ook is er veel te beleven op het gebied van regionale geschiedenis, wat vooral voor kinderen en jongeren zeer interessant en afwisselend is. Zo is er een binnenvaartmuseum in Zehdenick en een dakpannenmuseum in Mildenberg.
De inmiddels 80 jaar oude scheepslift in Niederfinow is een knap staaltje Duitse bouwkunst. De moeite van een bezoek waard!
Maar de streek heeft nog veel meer te bieden: ongerepte natuur met ontelbare vogelsoorten: reiger, aalscholver, visarend, kraanvogel, ooievaar, wilde eend, fuut en ijsvogels – ze zijn hier allemaal te vinden.
In dromerige en stille inhammen is het heerlijk zwemmen en zonnen. De kanalen en rivieren zijn omzoomd met levendige kleine stadjes . Ideaal om even lekker te shoppen, rond te kuieren en aan te leggen. Er heeft zich in dit gebied ook een rijke culinaire traditie gevormd, met mooie streekgerechten.

Vanuit dit fantastische landschap zetten we koers om nieuwe horizonten te ontdekken. Na al die jaren hadden we alle hoeken en gaten van het merenplateau gezien, en datzelfde gold voor Berlijn. Het was tijd om de categorie B van onze Linssen 43.9AC ‚La Cabaña‘ te testen, en wel op de Oostzee. De tocht van Zehdenick door het Mälzerkanaal en het Vosskanaal naar Berlijn was in een paar uur gepiept, waarna we koers zetten naar het oosten, naar de scheepslift. Bij de jachthaven Marienwerder vonden we bij Sabine en Lutz Biller een mooie ligplaats, waarbij Lutz waarschijnlijk even wilde kijken of de crew van ‘La Cabaña’ wel meester was over het schip en ons een fraaie plaats helemaal achterin de hoek toewees. Welwillend zag hij het gemanoeuvreer aan. Omdat hij verder niets zei, zijn we ervan uitgegaan dat hij wel tevreden was. Wij vonden zelf ook wel dat het goed gelukt was. In de bistro van de haven hebben we ons daarna eens lekker laten verwennen. Na een heerlijk rustige nacht en een rijkelijk ontbijt aan boord, gingen we op weg naar de scheepslift. Dat ging allemaal zonder problemen en is toch altijd weer een enorme belevenis. We werden samen met twee rondvaartboten geschut, wat gezien de grootte van de schutkolk helemaal geen probleem was.
De temperatuur was genadeloos opgelopen, onder de biminitop was de gevoelstemperatuur zelfs 40°, maar het was gezien de brandende zon ook geen optie de biminitop weg te klappen. Dus we hebben alles maar zo veel mogelijk door laten tochten en gas gegeven om nog een beetje een briesje door het varen te krijgen. ‘s Avonds in Oderberg keken de buren misschien wat raar op, omdat we met z‘n allen binnen in de salon zaten. Maar ja, zij konden dan ook niet weten dat wij daar een prima airco hadden. Deze zorgt niet alleen voor koeling van de salon, maar ook van de beide slaaphutten, waardoor wij konden genieten van een heerlijk verkwikkende nachtrust. In de jachthaven van Oderberg lag een groot aantal grotere schepen, die de volgende ochtend allemaal (behalve één) één voor één uitvoeren. Uiteindelijk waren wij dan ook zo ver, watertank gevuld, accu‘s opgeladen, alles in orde. Ook dit beloofde weer een warme dag te worden.
Door de droge zomer was het waterpeil in de Oder echter tot een zorgwekkend laag niveau gedaald. Daarom kozen we ervoor om via het Hohensaartener-Friedrichthaler-kanaal te varen. Voor een kanaal is deze tocht nog verbazingwekkend mooi. Het kanaal is omzoomd met lage dijken, waardoor je het land erachter voorbij ziet glijden. Aan de oostzijde van het kanaal de uiterwaarden van de Oder en aan de westzijde weiland en bos.

We ontdekten ook grote tabaksplantages, iets wat ons eigenlijk zeer verraste. Hier en daar wat industrie (nieuw en oud) en kleine, aantrekkelijke dorpjes. Onze bestemming die dag was Schwedt, dat we na vier uur varen bereikten. In Schwedt waren zowel een kleine watersporthaven (voor ons te ondiep) als een grotere haven, die ons een zeer fraaie ligplaats bood. De keuze was gemakkelijk. Ook deze haven was een verrassing. Alles zag er bijzonder verzorgd uit, de toiletten waren superschoon en de douches op een speelse manier gebouwd. Ook was er nog een bistro, met een zeer aardige uitbaatster, die van alle markten thuis was. Ze werkte niet alleen in de bediening, maar was ook verantwoordelijk voor de caravanstalling en de haven, verkoop van douchemunten, enz. Ze was altijd druk bezig, maar ook altijd even vrolijk en behulpzaam. Het gebruikelijke en informatieve ‘hapje en drankje’ op de steiger met andere Oderbevarende schippers bezorgde ons een aantal nuttige tips voor onze verdere reis. Helaas kon niemand ons aan de Poolse vlag als gastenvlag helpen.

Szczecin

We keken erg uit naar onze volgende bestemming: Szczecin. Over de aanlegmogelijkheden in Szczecin hebben we zeer uiteenlopende verhalen gehoord. We zouden het wel zien. Op onze kaart werd de haven in het centrum van Szczecin sterk aangeprezen, maar we hadden ook verhalen gelezen en gehoord die ons wat huiverig maakten. We hadden wel goede verhalen gehoord over een haven iets noordelijker, bij de eindhalte van een trambaan. We gingen op weg. We voeren dwars tussen schitterende uiterwaarden door. Toen we wat dichter in de buurt van Szczecin kwamen, konden we natuurlijk niet om de onvermijdelijke industrieterreinen heen. Ook waren hier opvallend veel werven en scheepsbouwbedrijven. Bedrijvigheid alom. In de verte doemde het silhouet van de stad op, met een paar prachtige gebouwen, maar ook met twee bruggen die zo laag waren dat we niet alleen de mast moesten strijken, maar ook de biminitop helemaal plat moesten leggen. Hier waren we zo druk mee bezig, dat we de stadshaven aan de oostkant van de Westoder helemaal niet hebben gezien. We voeren dus gewoon verder, langs nog weer een werf, naar de Goclaw-haven. Dit is een kleine en schone haven, met alles wat een mens nodig heeft, zij het op sommige punten wat eenvoudig. Wat heel fijn is, is de kleine supermarkt aan de andere kant van de straat én de tramhalte. Het personeel was bijzonder vriendelijk. Wel was het jammer dat zij (tot onze verbazing) helemaal geen Duits spraken. Maar met Engels en handen en voeten kom je een heel eind, en we kwamen uiteindelijk alles te weten wat we wilden weten. Van een Duitse landgenoot kregen we een Poolse gastenvlag. De volgende dag gingen we Szczecin verkennen. ‘s Morgens gingen we met de tram de stad in. We hadden een wat ouder model te pakken, wat betekende dat toen we een half uur later in de stad aankwamen, het voelde alsof we in een cocktailshaker hadden gezeten. De wandeling door de stad bracht ons onder andere bij de St. Johanneskerk, een wonderbaarlijk licht gebouw met een fraai, wat ongebruikelijk orgel. Een opvallend gebouw bleek het voormalige paleis van de hertogen van Pommeren te zijn. Ook nu was het weer bloedheet, zodat we verkoeling zochten bij het café in de Münzhof van het paleis, waar we een kopje koffie namen en water dronken. Het paleis is tegenwoordig een museum, waar onder andere concerten en tentoonstellingen worden georganiseerd. Terwijl we in de Münzhof zaten, konden we iemand piano horen spelen, wat geheel niet onverdienstelijk klonk. Ook bevindt zich hier de VVV. We sloegen de richting van de Wały Chrobrego-promenade in, door onze reisgids een van de mooiste terrassen van Europa genoemd. Dat wilden we natuurlijk wel eens zien. En toegegeven: het is fantastisch mooi. Het uitzicht is grandioos. De promenade is ca. 500 m lang en ligt ongeveer 20 m boven de Oder, waardoor je een prachtig uitzicht over dit deel van de stad hebt. En achter ons lag een aantal prachtige oude gebouwen, waaronder de marine-academie, het kantoor van de Woiwodschap (zeg maar provincie) en het Nationaal Museum. In de schaduw van deze historische gebouwen vonden we op de promenade een prachtig gelegen restaurant (Columbus), waar we vooraan op het terras van de lunch genoten. We waren het erover eens: zeer goed eten tegen een zeer betaalbare prijs, inclusief een geweldig uitzicht. Van hieruit konden we ook de enorme jachthaven zien, die er spookachtig verlaten uitzag. Geen enkel schip, en dat terwijl de haven naar schatting wel 120 ligplaatsen heeft!!! De omgeving van de jachthaven ziet er nu ook niet direct aantrekkelijk uit. Bovendien is het tamelijk omslachtig om de stad te bereiken, omdat de jachthaven aan de overkant van het water ligt. We namen ons voor om op de terugweg eens een kijkje te nemen in de haven.

Maar we wilden verder. We voeren de Oder verder op, naar het noorden. Daarbij kwamen we langs de ingang naar het Dabie-meer en namen het tweede besluit, namelijk dat we de terugtocht via dit meer zouden maken. Verder naar het noorden vertakt het vaarwater zich in de Oder en het Policki-kanaal. Wij bleven op de Oder. Die werd steeds breder. De uiterwaarden (die bij hoogwater onderlopen) zijn heel groen. Ze zijn deels begroeid met oude bomen en deels met hoog struikgewas of riet. Het was een waar vogelparadijs. Je zag blauwgroene ijsvogels langsflitsen, maar dat gaat zo snel dat het bijna onmogelijk is om ze te fotograferen. Van de blauwe reiger keken we algauw niet meer op, maar natuurlijk wel van een visarend die boven ons hoofd cirkelde, maar klaarblijkelijk geen honger had, want hij maakt geen aanstalten om op jacht te gaan. Het stuk door de Roztoka Odrzanska was tamelijk saai, waarbij we ons voor alle zekerheid maar aan de gemarkeerde vaargeul hielden. Ter hoogte van Trzebiez week de oever steeds verder terug, waardoor het grote Oderhaf zich van zijn mooiste kant liet zien. Het zicht was zeer goed, waardoor de hoge lichtboeien (Brama Torowa 4 - 1) al van verre zichtbaar waren.
Bij een windkracht 4 à 5 kregen we in de loop van de middag dan toch nog te maken met een duidelijke golfslag, waar onze 20 ton zware Linssen zich echter moeiteloos doorheen sloeg. We twijfelden even naar welke haven we zouden gaan, maar besloten uiteindelijk toch om naar Ueckermünde te gaan. Daar hebben we geen spijt van gehad. Bij SSC Vorpommern kregen we een zeer hartelijke ontvangst. Het eten ‘s avonds in de ‘Backbord’ was uitstekend, de prijs prima, net als de stemming. We waren blij met de verfrissende wind, want het was nog altijd zeer warm.
De volgende ochtend besloten we om een rustige dag in Ueckermünde door te brengen. Onze volgende bestemming stond nog niet helemaal vast. We hadden eigenlijk bedacht dat we de haven bij de monding van de Peenestrom zouden nemen, maar daar waren we zo vroeg dat we besloten om verder te varen. Aldus voeren we verder de Peenestrom op naar het noorden, door de Moderort. Intussen schommelde zelfs onze Linssen door de wind, dus besloten we om aan te leggen in Rankwitz. Dit bleek een zeer goede beslissing: we kunnen deze fantastische haven van harte aanbevelen. Er zijn niet alleen twee zeer goede restaurants, maar ook een viswinkel met heerlijke verse vis, onder andere uit de eigen rokerij. Naast het fraaie haventje en de gehele ambiance staan er ook nog vijf schattige vakantiehuisjes direct aan het water. Een mooi voorbeeld van een goed gelukt havenontwikkelingsproject. We voeren verder, richting Wolgast in de Peenestrom. Als je Wolgast binnenvaart, zie je wel wat industriële bedrijvigheid, wat ons deugd deed.

Verder naar het noorden wordt het landschap weer erg mooi. De wind was intussen aangewakkerd tot kracht 8. De plaatselijke bevolking zei dat ze nog nooit had meegemaakt dat het zoveel dagen achter elkaar zo hard woei. Kröslin was onze laatste haven. Een zeer goed onderhouden jachthaven tegenover Peenemünde. Vanuit hier kun je met het rondvaartbootje uitstapjes maken. Wolgast bleek een middelgroot industriestadje, met dezelfde problemen die helaas zo kenmerkend zijn voor veel plaatsen in Oost-Duitsland, zoals de jeugd die wegtrekt.
In Kröslin kwamen onze reisgenoten bekenden tegen die ze al jaren niet meer hadden gezien. Dat leidde tot een gezellig babbeltje binnen onder de biminitop bij een zeer stevige wind (rond 7 Bft in buien).
Omdat de weersverwachting nog altijd een zeer krachtige wind voorspelde, moesten we onze eigenlijke bestemming, namelijk Greifswald, opgeven. We moesten er genoegen mee nemen dat we even hebben kunnen ruiken aan de Oostzee. We keerden om.

Bij een stralend heldere hemel en een nog altijd zeer stevige wind, zetten we nu koers naar het zuiden. Zoals we al van plan waren, zijn we iets ten noorden van Szczecin afgebogen, het Dabie-meer op, om te genieten van het idyllische landschap.
De schoonheid van dit gebied is werkelijk uniek. We hebben er dan ook in alle rust van genoten en pas tegen de avond een haven gezocht die bij het landschap paste. In de jachthaven HOM, aan de zuidoostkant van het meer, vonden we een droomplek. Het was al fijn dat we ontvangen werden door een Pool die goed Duits sprak en ons hielp bij de formaliteiten, maar toen er achter ons nog een prachtig gerestaureerd motorjacht kwam liggen, was onze dag helemaal goed. De eigenaar was een Pool die kind aan huis was in deze haven en ongelofelijk trots was (en terecht) op het door hemzelf gerestaureerde schip. Onze gastheren haalden de banken weg bij de ruwhouten tafel op het havenhoofd en zetten er gemakkelijke tuinstoelen neer, zodat we lekker konden zitten. Wat een gastvrijheid!

Met deze haven wil ik dit verslag afsluiten. Over de terugreis naar Zehdenick valt verder niet zoveel te melden. We kwamen er vier dagen later behouden en vol nieuwe indrukken aan.

Artikel met medewerking van
Linssen Boating Holidays®-partner:
PUUR Yachtcharter GmbH
Dorfstraße 25
D-17209 Buchholz/Müritz
Mobil: +49 172 8312770
www.puur-yachtcharter.de

Tekst & foto‘s: Doris en Dr. Lorenzo Guendel

Gepubliceerd in Linssen Magazine nr 46, oktober 2015