In maart 2012 kregen we onze Linssen Grand Sturdy 430 motorjacht. Met twee motoren en stabilisatoren is de Rietvaer klaar om op zee te varen. We besloten een vaarreis naar Denemarken te maken. Samen met onze twee honden vertrokken we op 29 juni vanaf de Linssen-werf.
Op weg naar de Oostzee in ons Linssen-jacht

Op weg naar de Oostzee in ons Linssen-jacht

Varen door Denemarken: de archipel van grote en kleine, vaak onbewoonde eilandjes

We gaan de Rijn op en varen eerst drie weken door Duitsland. De Duitse kanalen zijn goed te doen, de beroepsvaart gaat gemoedelijk om met de pleziervaart en ze varen max. 15 km p/u. Overnachten langs de route gaat prima bij de jachthavens en (beroepsvaart)kades. De geldende regels worden gehandhaafd door de vaarpolitie.

Het Elbe-Seitenkanaal heeft twee kunstwerken, waaronder sluis Uelzen met 23 m verval. Door de drijvende bolders kun je relaxed schutten. Het Schiffshebewerk Scharnebeck (Lüneburg) is een scheepslift die 38 m overbrugt. Indrukwekkend om te zien en eenvoudig om te doen – je vaart de hefbak in, maakt het schip vast, en terwijl je op de steiger van het uitzicht geniet, ben je in 20 minuten beneden. 

De Elbe op

Voordat je deze regenrivier opgaat, is het verstandig de weersverwachtingen in Duitsland en Tsjechië te volgen. Bij veel regenval kan de tegenstroom in enkele dagen tot wel 10 km oplopen. Wij hebben 3 km tegenstroom, wat een leuke afwisseling biedt met de kanalen. Het landschap is prachtig. Vanwege de vele bochten en ondieptes is het goed opletten. De vaargeul staat op de wal aangegeven. We zien nu steeds vaker de Deense vlag wapperen! We meren af bij Marina Lauenburg, een historisch schippersstadje met vakwerkhuizen en het Elbe Schiffahrts­museum.
We vervolgen onze reis over het Elbe-Lübeckkanaal door het heuvelachtige en bosrijke landschap van Hertogdom Lauenburg en natuurpark Lauenburgische Seen. Dit 62 km lange kanaal is rond 1900 gegraven voor de zoutvaart tussen Uelzen en Lübeck en heeft zes sluizen. Het is hier verplicht in konvooi en max. 10 km p/u te varen.
We willen overnachten bij WSV Mölln. Een blunder van de kapitein! We meren op een ‘niet zo charmante manier’ af aan de buitensteiger. De stroming drukt ons naar de steiger met, net op het randje, een waterkraan! Een grote waterfontein is het gevolg. Na de door Jan geleverde eerste hulp is de schade billijk te regelen met de havenmeester.
Mölln is bekend door de sage van Tijl Uilenspiegel, een personage uit de Nederlands-Duitse folklore.  

Linssen yachts at Lübeck

Lübeck

Het is fantastisch om deze oude Hanzestad binnen te varen! Wij meren af bij Hansa Marina Neugen, een populaire haven pal bij de binnenstad (reserveren aanbevolen). Lübeck is één groot openluchtmuseum, met zijn historische haven, prachtige koopmanshuizen, pakhuizen en kerken. Zeer de moeite waard om wat langer te blijven. Vlakbij Hansa Marina staat een van de belangrijkste middeleeuwse gebouwen van de stad, het Schiffer­gesellschaft uit 1535. Hier is veel historie bewaard gebleven. Sinds 1868 is er een restaurant gevestigd, bezocht door toeristen uit de hele wereld.

Travemünde
Van Lübeck vaar je in twee uur door de bochtige riviermonding naar de zeehaven aan de Oostzee, Travemünde. Grote ferry’s en zeeschepen varen nu vlakbij en het wordt steeds drukker. Door het havengebied varen we de Oostzee op en kijken onze ogen uit; ferry’s, vissersschepen, zeil- en motorjachten en speedboten zorgen voor een gezellige bedrijvigheid. We keren weer om en meren af in Yachtclub Fischereihafen. Vanaf hier zie je de ferry’s langsvaren.  

De Deense vlag aan de mast van onze Linssen

Duitse Oostzee 

We zijn inmiddels precies drie weken onderweg en klaar om de Oostzee op te gaan. Het weer is er prima voor, 0-5 knopen wind en zonnig. Op de Oostzee is van getij nauwelijks sprake. Het water heeft een gemiddelde diepte, waardoor lange golven ontstaan. Een aspect om rekening mee te houden is de windrichting. Namelijk niet de windkracht maar de golfhoogte in combinatie met de windrichting bepaalt of je prettig vaart. Wij hebben met veel wind gevaren, maar onder de wal, waardoor de golfhoogte meeviel.
Na een prachtige tocht van vijf uur meren we af bij Hafen Orth op het mooie Duitse eiland Fehmarn. Vóór ons meert het antieke stalen zeilschip RYVAR uit Flensburg af, met aan boord de Shanty Freunde Gimte, die prachtige zeemansliederen ten gehore te brengen. We genieten!

De Deense vlag kan aan de mast!
De oversteek naar Denemarken duurt ongeveer vijf uur. Het is belangrijk om de oversteek met goed weer te maken. Je kruist de scheepsroute van Kiel naar Scandinavië. Om veilig bij de Deense eilanden te komen, is het goed opletten en zo recht mogelijk oversteken. Op ons AIS-systeem zien we de snelheid waarmee de schepen varen. Ze varen een vaste koers, dat maakt het overzichtelijk. Mooi om de statige zeeschepen in volle actie te zien. Eenmaal tussen de eilanden is de Deense Zuidzee voornamelijk voor de pleziervaart en visserij. 

Het weer

Bij wind, recht over zee, kunnen zelfs op het smalste water flinke golven ontstaan. In de periode dat wij hier varen, is het weer erg wisselvallig, we hebben van 0 tot 40 knopen wind meegemaakt. Het weer kan snel omslaan, waardoor je in één uur van mooi in slecht weer kunt zitten of omgekeerd. Op een dag maken we mee dat het weer vier keer omslaat, maar door de luwte van de eilanden ondervinden we er weinig hinder van.

Vaargebied
De archipel van vele grote en talloze kleine, vaak onbewoonde eilandjes doet recht aan de naam Deense Zuidzee; vooral de zuidkant van Funen heeft relatief veel zonne-uren. Regelmatig verschijnen aan de horizon fraaie kusten met kliffen, omzoomd met strandjes en vriendelijke haventjes. Ook bijzonder zijn de fjorden, waar regelmatig tuimelaars van dichtbij te zien zijn. Het is een prachtig vaargebied. Zonder oponthoud van bruggen en sluizen vaar je van haven naar haven.

Havens
De jachthavens bieden goede voorzieningen en toegang tot het internet. Iedere haven heeft hetzelfde systeem: een groen plaatje betekent vrij en rood staat voor bezet. Je betaalt bij een automaat en ontvangt een sticker/betaalbewijs voor op je boot en een internet-inlogcode. Het liggeld varieert van 23 tot 34 euro (lengte 14 m). Zeilers zijn in de meerderheid, maar er zijn ook motorjachten en speedboten. Behalve héél veel Denen zien we Duitsers, enkele landgenoten en Zweden en Noren. In het hoogseizoen kan het lastig zijn om in de namiddag een ligplaats te vinden. Omdat de vaartijden relatief kort zijn, vind je – als je op tijd vertrekt – meestal wel een plek. Ankeren is ook een goede mogelijkheid. 

Langeland

In de Kieler Bocht krijgen we voor het eerst met lange golven en flinke dwarswind te maken. Met de stabilisatoren aan is het goed te doen. We slingeren langzaam op de zeegang. Omdat de populaire haven Marstal overvol blijkt, varen we door naar Rudkøbing. Bij harde wind kan bij de haveningang veel dwarsstroom ontstaan. Het is echter prachtig weer en we ondervinden geen problemen. Vanwege de drukte leggen we aan in de werkhaven en de volgende dag verleggen we naar de jachthaven, met de achterkant naar de zee. We genieten van het uitzicht, het mooie weer en een prachtige zonsondergang. Rudkøbing is een oud handelsstadje met een levendig stadscentrum en een ideale plek om de voorraden aan te vullen.

Tåsinge
Een korte oversteek brengt ons naar het eiland Tåsinge. Tegen de heuvels ligt het lieflijke plaatsje Troense. Daar meren we af aan de buitensteiger van jachthaven Badelaug, waar nog een traditionele havenmeester is. Het water is kraakhelder, je kunt de krabben over de bodem zien lopen en er zijn véél kwallen. Af en toe veroorzaken speedboten grote golven en we hebben voor het eerst te maken met opstuwend water (20 cm).
Het prachtige plaatsje heeft rietgedekte vakwerkhuizen in geel, wit en rood en romantische tuinen met stokrozen en fruitboomgaarden. De verbondenheid met de vroegere scheepvaart is hier nog duidelijk te zien. 

unen-Svendborg 

Om de hoek, op de zuidoever van het eiland Funen ligt de bedrijvige zeevaartstad Svendborg. De mooie jachthaven ligt vlakbij het gezellige winkelcentrum en het treinstation. Svendborg biedt alle voorzieningen en heeft diverse musea.

Funen-Fåborg
Wanneer we uitvaren met als bestemming Fåborg, is het bewolkt en mistig en later begint het te regenen. We hebben de wind op de kop met flinke windvlagen tot 17 knopen. Beide jachthavens zijn vol. We meren uiteindelijk af aan de houten stormkering van de tweede jachthaven. Als het weer tegen de avond opklaart, zien we een lieflijk landschap met huisjes, gele graanvelden en bos verschijnen. De volgende ochtend verleggen we naar de gezellige handelshaven. Verderop vertrekken veerboten naar eilandjes voor de kust. Fåborg heeft de flair van een handelsstad uit de 19e eeuw. Het is een vestingstad met stadspoort, binnenplaatsen en vakwerkgebouwen. De haven is populair bij zeilers en charters. In de naastgelegen industriehaven is verse vis te koop bij de voormalige rokerij.
In Fåborg nemen we afscheid van een stel aardige Denen die sinds twee weken met ons opvaren. Van hen kregen we leuke tips over Denemarken. Leuk om onderweg mensen te ontmoeten! Zo maakten we in Minden kennis met Marjolein en Jo Dohmen van het Watersportverbond, en in Heidanger ontmoetten we Joke en Dick Peek – ook onderweg met hun Linssen-jacht.
Wij varen naar Marina Assens, een moderne haven direct aan het strand, met alle faciliteiten en een havenrestaurant. Assens is een heel oud handelsplaatsje (1231) met mooie straatjes, koopmanshuizen en binnenplaatsen. Tip: het cultuurhistorisch museum Willemoesgårdens Mindestuer. Supermarkt en het centrum bevinden zich op loopafstand. Net buiten de haven zien we tuimelaars! 

Juutland - Sønderborg  

Het heldere weer geeft een mooi zicht op de gele velden en de tot 125 m hoge groene heuvels van Funen. We varen de Alsfjord in en bereiken de schilderachtige haven van Sønderborg. We meren af bij de gezellige stadskade. Even verderop is een ijscafetaria. Denen zijn gek op ijs, van jong tot oud staan ze in de rij om een vaak megagroot ijs te kopen. We kijken uit op de grootste attractie van deze stad, het kasteel dat in 1170 in opdracht van Valdemar I werd gebouwd als kustbeveiliging tegen de Wenden. Het was oorspronkelijk niet meer dan een zware, versterkte toren, maar heeft in de loop der eeuwen een gedaanteverwisseling tot renaissancekasteel ondergaan. Na 1864 werd het gebruikt als kazerne en later als museum. Tips: wandelen langs de zee, het kasteel en het oude stads­centrum.

Weer terug naar Duitsland
We vertrekken uit Sønderborg en daarmee ook met weemoed uit Denemarken. Het waren drie prachtige weken waar we volop van hebben genoten. Met de zeesluis bij Kiel en daarna nog drie uur varen naar Rendsburg wordt het een lange tocht. We varen grotendeels onder de kust. Wanneer we de mondingen van de Flensberger en de Eckern Fjord passeren, is de wind sterker en zijn de golven hoger, maar het schip kan het goed aan.   

The Bay of Kiel is one of the busiest shipping routes in the world.

The Bay of Kiel is one of the busiest shipping routes in the world.

The Bay of Kiel is one of the busiest shipping routes in the world.

Kieler Bocht – Noord-OostZeekanaal of Kieler kanaal

De Kieler Bocht is een van de drukste vaarroutes ter wereld. Grote zee- en cruiseschepen varen continu van de Noordzee naar de Oostzee en omgekeerd. Bij Kiel worden schepen met behulp van loodsen het Kielerkanaal ingevaren. Via de marifoon horen we dat de zeeschippers contact met elkaar houden om het schutten en passeren in het kanaal goed te laten verlopen. De vaarsnelheid van deze zeereuzen is 10-14 km per uur, maar het kanaal is 160 m breed, waardoor we er weinig hinder van hebben. De loodsen waarborgen de veiligheid en houden rekening met de pleziervaart. Onze AIS-zender en -ontvanger komen weer goed van pas. Het Noord-Oostzeekanaal is 100 km lang en in twee dagen te varen. Jaarlijks varen 19.000 plezierschepen door het kanaal, dus je vaart er niet alleen!

Kiel Zeesluis
Volgens een vast protocol varen eerst de zeeschepen in. Wanneer zij vastliggen en de schroeven uit zijn, krijgt de pleziervaart - op volgorde van aankomst - toestemming om in te varen. We dobberen twee uur voordat we aan de beurt zijn. Bij het uitvaren gaat de pleziervaart voor de beroepsvaart uit. Het aanleggen in deze sluis is nog niet zo gemakkelijk. Je moet van boord om vast te maken aan ringen op de spekgladde drijvende steiger (ook het rubber is glad!). Via de sluistrap melden we ons bij de Duitse sluiswachter.

Elbemonding - Cuxhaven
Bij Brunsbüttel gaan we door de zeesluis de Elbe op. Voor de oversteek naar Cuxhaven moet je de weerberichten goed volgen. Jan is hierover al weken met ervaren zeezeilers in gesprek. Het moment lijkt goed gekozen – het is vlak water en nagenoeg windstil. Echter, 3 km voor Cuxhaven loopt de noordwestenwind snel op tot 25-33 knopen. In onze stroom-mee-wind-tegen-situatie geeft dat heftige brekers. Hoewel de RIETVAER het kennelijk goed kan hebben, vinden wij het niet leuk meer! Gelukkig is de haven dichtbij en wanneer we binnen zijn, is het direct weer rustig. Terwijl de wind huilt, komen we in het gezellige havenrestaurant van Zeilvereniging Cuxhaven bij van het avontuur.   

The Bay of Kiel is one of the busiest shipping routes in the world.

Duitse Bocht 

De Duitse Bocht is het zuidoostelijke deel van de Noordzee en wordt begrensd door Nederlandse en Duitse Waddeneilanden in het zuiden, het Deense Jutland in het oosten en de Doggersbank in het noorden. Aan de zuidkant loopt de drukke scheepvaartroute tussen de monding van de Elbe en het Nauw van Calais. In de Duitse Bocht heb je te maken met depressies die via IJsland komen, waarbij de golven door de wind de Noordzee op worden gestuwd.
Bij ons vertrek houden we rekening met de stroom. Onze berekening blijkt te kloppen, want wanneer we de draai van de Wesermonding invaren, keert het tij en hebben we stroom mee. De tocht is 100 km lang en voert ons over de shipping line van de Elbemonding, om het eiland Scharhorn heen en vervolgens door het waddengebied van de oude Weser. Hier doen we Bremerhaven aan.

Bremerhaven is een van de oudste steden van Duitsland en heeft een prachtig nieuw centrum, waar ook Marina Loyd onderdeel van is. In een parkachtig landschap vind je het openluchtscheepvaartmuseum, architectonische gebouwen, een dierentuin, winkelcentra en restaurants en een prachtig uitzicht over de Weser. Oude en nieuwe architectuur zijn hier op een smaakvolle manier gecombineerd. De moeite waard om wat langer te blijven!

Rekening houdend met het opkomend tij vertrekken we op 13 augustus om 5.00 uur. De skyline van Bremerhaven in de ochtendzon is adembenemend mooi. We varen met 16 km stroomopwaarts naar Bremen en zien als toegift nog een zeehond op een strandje bij de Hunte.

We vervolgen onze vaarreis door Duitsland en (een stukje van) Nederland en op 28 augustus arriveert de RIETVAER veilig in onze thuishaven Sloten. Wat hebben we genoten van deze tocht, het varen op zee, van Denemarken en zijn vriendelijke bevolking. 

De route
Nederland: Maasbracht, Roermond, Venlo

Duitsland: Wesel, Dorsten, Münster, Recke, Minden, Peine (schroothaven), Heidanger, Launeburg, Schiffshebewerk Scharnebeck (aanlegsteiger), Mölln, Lübeck, Travemünde, Fehmarn - Hafen Orth

Denemarken: Langeland (Rudkøbing), Funen (Troense, Bådelaug, Svendborg, Faaborg, Assens), Jutland (Kolding, Sønderborg )

Duitsland: Rendsburg, Brunsbüttel, Cuxhaven, Bremerhaven, Bremen, Oldenburg, Leer

Nederland: Delfzijl, Groningen, Kootstertille, Sloten

Gebruikte boeken voor deze reis:
Vom Rhein zur Nord- und Ostsee – Manfred Fenzl – Edition Maritim
Vaarwijzer: Noord Duitse Binnenwateren – Hollandia
Vaarwijzer: Scandinavië en de Oostzee - Hollandia

Vaargegevens:
Vaarafstand - 1833 km
Vaardagen – 33
Havendagen - 29
Motoruren - 172
Dieselverbruik - 1239 liter 

De auteurs
Jan Brummel en Trudie Rutten zijn de enthou­siaste eigenaren van de RIETVAER.
Op de website www.hondenaanboord.nl staat het complete logboek van deze reis, boordevol informatie over varen met een Linssen-jacht op zee en praktische tips voor onderweg. Voor varende hondenliefhebbers is hier ook interessante informatie over varen met honden te vinden. 

No Internet Connection